Hennepteelt in een woning leidt niet altijd tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. In het algemeen geeft iedere tekortkoming in de nakoming van een huurovereenkomst een reden om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (vgl. Hoge Raad 27 november 1998, NJ 1999, 197). Om te beoordelen of een tekortkoming voldoende ernstig is om ontbinding te rechtvaardigen moet het gewicht van de tekortkoming worden afgezet tegen het woonbelang van de huurder. Gelet moet worden op alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en betekenis van de tekortkoming, de aard van de overeenkomst en de belangen van beide partijen.

Hieronder volgen een aantal voorbeelden, waarbij hennepteelt in het gehuurde niet leidde tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.

Een voorbeeld is de zaak van de rechtbank Breda op 26 januari 2005. In deze zaak zou de huurder de hennepteelt gebruiken voor eigen gebruik. De huurder leed aan terminale leverkanker en gebruikte de hennep om de pijn te bestrijden. De verhuurder slaagde er in de onderhavige zaak niet in om de schade en het gevaarzettend karakter van de hennepkwekerij te onderbouwen. Ook had de verhuurder onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat er sprake was van bedrijfsmatig gebruik van de woning. De rechtbank oordeelde dat niet was gebleken dat de huurder ernstig tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen als huurder. De rechtbank hield hierbij rekening met de bijzondere omstandigheden van het geval en met de toezegging van gedaagde dat zij de thuisteelt niet wederom zou oppakken. De ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning waren niet gerechtvaardigd.

Een andere zaak van de rechtbank Breda op 9 mei 2007 leidde ook tot een afwijzing van het verzoek van de verhuurder tot ontbinding en ontruiming. De gemachtigde van de huurder stelde dat de huurder niets wist van de door haar vriend geëxploiteerde hennepkwekerij. De huurder, gedaagde in de onderhavige zaak, werd door haar vriend misleid. Ze mocht van haar vriend de kamer niet betreden en zou volgens haar gemachtigde ‘niet de slimste’ zijn. Ook kampte gedaagde met medische problemen. De verhuurder vindt de stelling van de huurder – dat zij het niet wist – ongeloofwaardig. De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging in de onderhavige zaak met zich meebrengt dat het belang van huurder zwaarder weegt. Als zij uit de woning gezet zal worden, zal zij veel problemen hebben met hebben met het vinden van een nieuwe woning. De rechtbank overweegt dat de huurder een ‘tweede kans’ verdient om aan te tonen dat de geschetste gang van zaken niet meer opnieuw zal plaatshebben. De huurovereenkomst werd niet ontbonden en de woning werd niet ontruimd. Een andere zaak waarbij de vordering tot ontbinding en ontruiming was afgewezen wegens een zwaarwegend belang van de gedaagde om in de woning te blijven wonen was de zaak van de rechtbank Noord-Nederland 26 april 2013.

Een derde voorbeeld is de zaak van de rechtbank Haarlem op 4 juli 2012. Huurster (gedaagde) had al 18 jaar een huurovereenkomst met de verhuurder (eiser). Haar sociale contacten zijn geconcentreerd in haar woonomgeving, waar zij geworteld is en gezien haar hoge leeftijd aangewezen is op de zorg van haar sociale contacten. Huurster heeft een paar plantjes (20 stuks) met behulp van legale elektriciteit in haar tuinhuisje gekweekt. Volgens de rechtbank is er geen sprake van gevaarzettend gedrag. Bovendien is de bestemming van de huurwoning niet gewijzigd en heeft ze zich als goed huurder gedragen en niet in strijd met het huurreglement gehandeld. Er is ook geen sprake van verloedering of een nadelige invloed op de woonomgeving wat betreft veiligheid en leefbaarheid en de waarde van het woningbezit van verhuurder verminderd niet. Gelet op haar hoge leeftijd en ziekte zou het onwenselijk zijn als huurster op straat wordt gezet. De rechtbank oordeelt dat het kweken van 20 hennepplanten in een bij het gehuurde behorende box een ernstige tekortkoming oplevert, maar dat deze tekortkoming, gelet op de omstandigheden van het geval, de ontbinding niet rechtvaardigt.