De verhuurder mag servicekosten in rekening brengen bij de huurder. Het gaat om een vergoeding voor zaken en diensten die geleverd worden in verband met de bewoning van de woonruimte. De huurprijs staat los van de servicekosten. De huurprijs ziet op de prijs van het gebruik van de woning. Op 4 maart 2015 heeft de rechtbank Den Haag zich uitgesproken over de vraag of de verhuurder in de servicekosten aan de huurder een vergoeding voor zonwering in rekening mag brengen.

In de onderhavige zaak moest de rechtbank kijken of de zonwering als roerende of als onroerende zaak aangemerkt moet worden. Roerende zaken vallen onder servicekosten. Als de zonwering als onroerende zaak aangemerkt wordt, wordt het gekwalificeerd als bestanddeel van het gehuurde en valt het onder de kale huurprijs. De verhuurder stelt dat de zonwering een roerende zaak is en dat hij voor de kosten hiervan een vergoeding in rekening mag brengen bij de huurder. De huurder vindt het echter niet terecht dat hij een bedrag voor de zonwering moet betalen.

De eerste vraag die de rechtbank moest beantwoorden was of de zonwering een bestanddeel van het gehuurde was. De rechtbank gaat mee met de verhuurder en oordeelt dat de zonwering geen bestanddeel van het gehuurde is. Onvoldoende is gebleken dat het gehuurde incompleet is zonder zonwering. Bovendien is de woning zonder de zonwering nog steeds een volwaardige woning. Tevens kan de zonwering probleemloos aan een andere woning worden bevestigd en worden de gaten in de muur als gevolg van de verwijdering van de zonwering niet als schade aangemerkt.

De tweede vraag die zich voordeed was of de zonwering via de woning duurzaam met de grond verenigd was. Om dit te beoordelen moet gelet worden op de bedoeling van de bouwer, voor zover die bedoeling naar buiten kenbaar is. Indien hieromtrent onduidelijkheid blijft bestaan, kunnen de verkeersopvattingen in aanmerking worden genomen. De verhuurder stelt dat de zonwering niet duurzaam met de grond is verenigd, omdat deze eenvoudig kan worden verwijderd als de huurder dit wenst. Ook kan de zonwering aan andere woningen worden bevestigd. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende omstandigheden waren gesteld dat de verhuurder – met de verkeersopvattingen in aanmerking genomen – niet naar buiten kenbaar heeft gemaakt dat zij de zonwering duurzaam met de grond wilde verenigen. Bovendien heeft de huurder bij het sluiten van de huurovereenkomst uitdrukkelijk ingestemd met de bijkomende kosten van de zonwering.

De rechtbank stelt de verhuurder in het gelijk. De zonwering wordt aangemerkt als roerende zaak en de verhuurder mag in de servicekosten een vergoeding voor de zonwering bij de huurder in rekening brengen.