Opzegging van bedrijfsruimte

Als de verhuurder de huurovereenkomst wil opzeggen, dan moet er aan een aantal vereisten zijn voldaan. Als er sprake is van zogenaamde ‘290-bedrijfsruimte’ (winkels vallen hieronder), dan moet volgens de wet worden opgezegd bij exploot of aangetekende brief. De opzeggingstermijn is wettelijk bepaald op tenminste een jaar.

In de brief moeten de opzeggingsgronden zijn vermeld, dus de redenen waarom er wordt opgezegd. Staan die er niet in, dan bepaalt de wet dat de opzegging niet geldt. Dan kan de overeenkomst zomaar weer voor vijf jaar zijn verlengd. De advocaat huurrecht kan u helpen om een juridisch juiste opzegging te doen of andersom om u te adviseren over de juistheid van de opzegging door uw verhuurder en of u daar dan gevolg aan moet geven.

Als de huurder niet akkoord gaat, dan kan de verhuurder na 6 weken de rechter vragen om de datum vast te stellen waarop de huurovereenkomst eindigt. Daar spelen ook weer de gronden van opzegging een belangrijke rol. Deze moeten dus goed in de opzeggingsbrief staan.

Een gerechtelijke procedure kan ertoe leiden dat de huurovereenkomst later eindigt dan tegen de datum waartegen hij is opgezegd. De Hoge Raad heeft in 2010 in het arrest van Toko Mitra geoordeeld dat de rechter de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst niet kan toewijzen tegen een datum die is gelegen vóór die van zijn uitspraak. Dus ook al zou een huurder geen gelijk hebben, dan nog  kan het voeren van een procedure wel in het voordeel van de huurder zijn als de huurovereenkomst daardoor later eindigt dan de verhuurder wil. Voor verhuurders is het zaak om hier bij de opzegging goed over na te denken. De advocaat huurrecht staat u hierbij uiteraard graag bij.