Gedaagden huren sinds 1985 een woning van eiseres. Eén van gedaagden (hierna: gedaagde) lijdt aan overgewicht.  Wegens acute medische problemen diende gedaagde naar het ziekenhuis gebracht te worden en hebben ze een ambulance laten komen. Vanwege de omvang en het gewicht van gedaagde was het niet mogelijk om haar uit te woning te brengen zonder de voorgevel van de woning en de balustrade te verwijderen. Omdat de ambulanceverpleegkundigen niet in staat waren om de gedaagde zelfstandig uit de woning te vervoeren, hebben zij de brandweer ingeschakeld. Gedaagde woont op de tweede verdieping en de brandweer heeft in opdracht van de ambulanceverpleegkundigen de balustrade en de voorgevel van de kamer, waarin gedaagde zich bevond, verwijderd. Eiseres heeft de verwijderde voorgevel en balustrade laten herstellen en heeft gedaagden voor de schade die aan de woning was ontstaan aansprakelijk gesteld. Gedaagden stellen dat zij niet aansprakelijk zijn voor de schade, omdat de tekortkoming wegens de overmachtsituatie niet aan hen kan worden toegerekend.

De rechtbank Rotterdam heeft zich op 13 maart 2015 over de onderhavige zaak uitgesproken. De kantonrechter stelt voorop dat de ambulanceverpleegkundigen en de brandweer zich op goedvinden van gedaagden in de woning bevonden. Op grond van art. 7:219 BW zijn gedaagden dan ook voor de gedragingen van de ambulanceverpleegkundigen en het brandweerpersoneel jegens verhuurster op gelijke wijze aansprakelijk als voor hun eigen gedragingen. Het verwijderen van de voorgevel en de balustrade levert in beginsel een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst op.  Gedaagden zijn voor de hierdoor ontstane schade op grond van art. 6:74 BW slechts dan niet aansprakelijk als de tekortkoming de gedaagden niet kan worden toegerekend.

Voor het onderhavige geschil is beslissend of de tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst aan gedaagden kan worden toegerekend of dat er sprake is van overmacht. Gedaagden dienen feiten te stellen en zo nodig te bewijzen dat de tekortkoming niet aan hen kan worden toegerekend. Vooropgesteld moet worden dat acute medische klachten een overmachtsituatie kunnen doen ontstaan. Van de verhuurder mag in beginsel worden verwacht dat hij de woning zo inricht dat, wanneer dergelijke omstandigheden zich voordoen, het mogelijk is om personen (met een brancard) uit de woning te vervoeren. Dit is echter anders als de betreffende delen in de woning niet (zozeer) moesten worden verwijderd wegens het vervoer per brancard, maar vanwege de omvang en het gewicht van gedaagde. Het gebruikte ambulancebed had aanzienlijk grotere afmetingen dan een standaard brancard en was nodig om een persoon met de omvang en het gewicht van gedaagde te vervoeren. Gedaagden hebben onvoldoende onderbouwd dat het in geen geval – ook  niet bij het gebruik van een standaard brancard – mogelijk zou zijn om iemand uit te woning te vervoeren zonder de voorgevel en balustrade te verwijderen.  Voorts hebben gedaagden niet aannemelijk gemaakt waarom bij normaal brancardvervoer geen gebruik had kunnen worden gemaakt van de lift en het trappenhuis.

De kantonrechter stelt vast dat het verwijderen van de voorgevel en de balustrade vanwege het gewicht en de omvang van gedaagde noodzakelijk was. De schade die hierdoor is ontstaan komt naar het oordeel van de kantonrechter krachtens in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van gedaagden, zodat van overmacht geen sprake kan zijn. Bovendien acht de kantonrechter het van belang dat, nu de woning van gedaagde op de tweede verdieping is gelegen, gedaagden in redelijkheid hadden kunnen voorzien dat er problemen zouden ontstaan wanneer gedaagde in een noodsituatie uit de woning moest worden gebracht. Van gedaagden hoeft niet te worden verwacht dat zij verhuurder van deze problematiek op de hoogte zouden stellen, maar het had wel op de weg van gedaagden gelegen om ter voorkoming van dergelijke problemen preventieve maatregelen te treffen. Bovendien wordt het gewicht van gedaagde als een haar persoonlijk betreffende omstandigheid aangemerkt waarop alleen zij invloed heeft, zodat het in de rede ligt dat wanneer hierdoor schade wordt veroorzaakt, een eventuele tekortkoming aan haar kan worden toegerekend. De kantonrechter overweegt dat het in het algemeen niet kan de verhuurder kan worden verwacht dat hij maatregelen treft om te voorkomen dat bewoners wegens overgewicht niet uit de woning kunnen worden gebracht.