Bij de rechtbank Amsterdam vorderde een verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, omdat de huurder de woning niet conform de contractuele bestemming gebruikt. De huurder houdt in de woning van 60 m2 een kolonie van 126 dwergeekhoorns. Volgens de verhuurder veroorzaakt dit overlast, is het gebruik van de woning in strijd met de bestemming, is er sprake van uitwoning en handelt de huurder in strijd met de verplichtingen als goed huurder. De huurder brengt hier tegenin dat zij de woning al sinds 1981 huurt en in de huurovereenkomst is toestemming gegeven voor het houden van dwergeekhoorns voor studiedoeleinden.

De kantonrechter oordeelt door de inrichting en het onderhoud van de woning sprake is van een onhygiënische en de woonruimte schade toebrengende situatie, die niet veel langer kan voortduren. De huurder had weliswaar toestemming om dwergeekhoorns voor studiedoeleinden te gebruiken, maar er was geen rekening mee gehouden dat het een populatie van 126 of zelfs 33 dwergeekhoorns zou worden. De woning van 60 m2 is voor een dergelijke populatie ongeschikt en de huurder heeft de woonruimte in strijd met de bestemming gebruikt, voor uitwoning gezorgd en niet gehandeld als een goed huurder betaamt. De vordering tot ontbinding en ontruiming zal echter (nog niet) worden toegewezen. De huurder was in de veronderstelling dat zij de dwergeekhoorns in de woning mocht houden en heeft haar best gedaan de kolonie zo goed mogelijk te verzorgen. Bovendien woont ze al sinds 1981 in de woning en zijn er pas recent klachten gekomen, waar bovendien geen bewijs van was bijgebracht. De kantonrechter geeft de huurder eerst de mogelijkheid om de populatie dwergeekhoorns binnen 6 maanden terug te brengen naar maximaal 4 exemplaren (van hetzelfde geslacht, dan wel waarmee niet kan worden gefokt) en de woning goed schoon te maken. Als de huurder hier niet aan voldoet, zal de vordering van de verhuurder alsnog worden toegewezen.