Geïntimeerden in de onderhavige zaak huren allen een woning van Stadgenoot (appellant). In hun woning hebben zij open gaskachels. In verband met veiligheidsrisico’s die aan het gebruik van open verbrandingstoestellen, zoals gaskachels, verbonden zijn is het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) enige jaren geleden een campagne gestart, met als doel de in Nederland open verbrandingstoestellen te laten vervangen door gesloten verbrandingsinstallaties. Stadgenoot heeft aan geïntimeerden een brief gestuurd waarin aan hen wordt gevraagd akkoord te gaan met het vervangen van hun open gaskachels door een moderne HR-ketel tegen een huurverhoging van € 20,- per maand. Geïntimeerden hebben hier niet mee ingestemd.

Stadgenoot stelt dat de geïntimeerden hun open gaskachels moeten laten vervangen door HR-ketels, met een huurverhoging van €20,- tot gevolg. Stadgenoot stelt dat de vervanging moet worden aangemerkt als dringende werkzaamheden aan het gehuurde conform art. 7:220 lid 1 BW. Het Gerechtshof Amsterdam spreekt zich in een kort geding op 27 januari 2015 uit over de situatie. Het Hof is het eens met het oordeel van geïntimeerden dat dringende werkzaamheden zich niet verdragen met de door Stadgenoot gewenste huurverhoging na en op grond van de uitvoering van de werkzaamheden. Het Hof gaat voorbij aan de stelling dat de vervanging moet worden aangemerkt als dringende werkzaamheden. Naar het oordeel van het Hof moeten de beoogde werkzaamheden worden beschouwd als een renovatie van de gebouwde onroerende zaak als bedoeld in art. 7:220 lid 2 BW. Geïntimeerden dienen conform art. 7:220 lid 1 BW de renovatie te gedogen als Stadgenoot – gelet op het belang van Stadgenoot en de belangen van geïntimeerden – een redelijk voorstel heeft gedaan. Het belang van Stadgenoot om de open gaskachels te vervangen door HR-ketels is een rechtens te respecteren belang.  Stadgenoot heeft als eigenaar van de verhuurde woningen belang om deze woningen aan te passen aan de moderne eisen, zowel wat betreft comfort als wat betreft veiligheid. De door geïntimeerden aangedragen individuele belangen wegen volgens het Hof niet op tegen het belang dat Stadgenoot heeft bij de onderhavige renovatie. Het Hof acht een huurverhoging van €20,- per maand voorshands niet onredelijk, maar of en welke huurverhoging op grond van art. 7:255 BW in het individuele geval gerechtvaardigd is, moet in de bodemzaak worden uitgemaakt. Het Hof concludeert dat de geïntimeerden de voorgestelde renovatie moeten gedogen, maar gaat in het kort geding niet in op de huurverhoging. Of de €20,- een gerechtvaardigd voorstel is, dient in de bodemprocedure uitgemaakt te worden.