In deze zaak heeft de voormalige verhuurder X de woning verkocht aan Y. Y is de huidige verhuurder en de huurder Z is in de woning gebleven, aangezien koop geen huur breekt. Wegens een betalingsachterstand heeft de kantonrechter de huurder Z veroordeeld aan X de achterstand van één maand huur te voldoen en ten gevolge hiervan heeft X executoriaal beslag gelegd op de huurtoeslag van Z. Z vordert in de onderhavige zaak dat X geen beslag mag leggen op de huurtoeslag van Z op grond van artikel 45 Awir.

Artikel 45 Awir houdt een beslagverbod in. Volgens de wetsgeschiedenis dient dit artikel ter bescherming van de belanghebbende (de huurder Z) en ter waarborging van een gebruik van de toeslag overeenkomstig het doel waarvoor deze is bestemd. Een uitzondering op het beslagverbod is ‘een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting wegens een geleverde prestatie waarbij de betalingsverplichting ter zake van die prestatie oorzaak is voor de tegemoetkoming’ (zie artikel 45 lid 1 sub a Awir). Het Gerechtshof Amsterdam (22 juli 2014) stelt dat deze uitzondering strikt moet worden uitgelegd. De betalingsverplichting van Z aan X wegens huurachterstand waarvoor door de voormalige verhuurder beslag is gelegd op de huidige huurtoeslag van Z, is vóór de rechtsopvolging door de opvolgende verhuurder Y ontstaan en kan naar het oordeel van het Hof niet worden aangemerkt als oorzaak voor die huurtoeslag. Het Hof oordeelt dan ook dat de uitzondering op het beslagverbod in dit geval niet geldt. X brengt hier tegenin dat altijd executoriaal beslag wordt gelegd op oude vorderingen, maar hier gaat het Hof niet in mee. Het Hof oordeelt dat het niet alleen gaat om een oude vordering, maar ook om een voormalige verhuurder. Het Hof acht het dan ook niet billijk dat X middels executoriaal beslag de huurtoeslag van Z zou innen, met als gevolg dat de toeslag niet ten goede kan komen aan voldoening van de betalingsverplichtingen van Z aan de huidige verhuurder. Hieraan doet niet af dat in artikel 7:226 BW is bepaald dat koop geen huur breekt en dat overdracht van een verhuurde zaak de rechten en verplichtingen van de verhuurder uit de huurovereenkomst, die daarna opeisbaar worden, doet overgaan op de verkrijger. Immers brengt die bepaling geen verandering in het feit dat de huurovereenkomst tussen X en Z al is geëindigd. Het Hof oordeelt dat X geen executoriaal beslag mag leggen op de huidige huurtoeslag van dezelfde huurder Z voor dezelfde woning.